
Podcast aflevering 93
Postoperatieve blues - of waarom we ook na een perfect uitgevoerde ingreep (even) ongelukkig kunnen zijn
Welkom bij Plastische Chirurgie Gesnapt, de podcast waarin we een realistische blik werpen op de wereld van plastische chirurgie. Wij zijn Nicholas Wilssens en Margot Den Hondt, beide erkend plastisch chirurg en zaakvoerder van PUUR kliniek in Rotselaar. En met deze podcast willen we plastische chirurgie begrijpelijk maken en dichter bij jou brengen.
Naast ons werk in PUUR kliniek is Nicholas ook actief in het Sint-Trudo Ziekenhuis in Sint-Truiden, terwijl Margot haar expertise inzet in het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk en Lanaken. We bespreken openhartig onze ervaringen, beantwoorden jouw vragen en delen inzichten over wat plastische chirurgie écht inhoudt.
Bezoek onze website www.plastischechirurgielimburg.be of puurkliniek.be voor meer informatie. Of volg ons op Instagram en Facebook via @art_in_surgery en @puurkliniek. Laten we samen de wereld van plastische chirurgie verkennen.
Hey, dankjewel om er opnieuw bij te zijn vandaag. En wat atypisch thema misschien, of een onverwachte hoek.
Ja, vandaag geen droge uiteenzetting over een chirurgische ingreep, maar wel het gevoel dat die ingreep kan geven. En in tegenstelling tot wat je zou denken, is dat niet altijd over de hele lijn positief. Ja, veel mensen denken dat plastische chirurgie een eenvoudig verhaal is. Je laat iets corrigeren, iets bijstellen, en dan ben je gelukkig met het resultaat.
Maar als plastisch chirurg valt er ons wel iets op. Wij zien regelmatig iets, iets onverwacht misschien. Wij zien dat patiënten kort na een succesvolle operatie door een emotioneel moeilijke periode kunnen gaan. Ja, inderdaad, plots gaan ze beginnen te twijfelen. Waarom heb ik dit nu laten doen? Herken ik mezelf nog wel?
Wat gaan andere mensen denken? En soms voelen ze zelfs spijt. Dat fenomeen, dat is bij ons en onze collega's goed gekend, en dat wordt omschreven als een postoperatieve blues, of de post-cosmetic surgery depression, of ook wel de mirror shock. En het opmerkelijke is dat dat vaak gebeurt na een ingreep die gewoon technisch perfect verlopen is, waarbij we als chirurg exact de resultaten behaald hebben die we ook wensten te behalen. En toch belandt de patiënt in de korte postoperatieve fase, dus kort na de ingreep, in een soort dipje. Het goede nieuws is dat dat ook weer voorbij gaat, maar in deze aflevering gaan we vooral bespreken waarom het gebeurt, wanneer het voorkomt en waarom het eigenlijk een vrij normaal onderdeel van een herstelproces kan zijn.
Ja, veel patiënten verwachten dat de operatie het eindpunt is van een traject. Dus de operatie is gedaan, het is voorbij en het resultaat is er. Maar in werkelijkheid is een operatie eigenlijk nog het begin van een proces. Een proces waarin ook wel beschreven wordt, dat patiënten een soort van emotionele curve doormaken, die bestaat uit een drietal fases.
En die eerste fase van die emotionele rollercoaster wordt anticipatie genoemd. Dat zijn gevoelens voor de operatie: dan overheerst er vaak enthousiasme, hoop, bepaalde verwachtingen.
En patiënten denken na over 'hoe ga ik eruit zien?', 'Hoe gaan anderen reageren op het resultaat?' En vaak zie je ook al voor je hoe dat het leven gaat veranderen, welke voordelen dat de operatie met zich gaat meebrengen, welke vraagtekens dat er gaan komen. En die periode kan soms wel als bijna euforisch aangevoeld worden door de patiënt.
Ja, en die eerste fase van anticipatie wordt dan gevolgd door een fase 2, of die kan gevolgd worden door een fase 2. En dat is dan de postoperatieve dip. En wat we daaronder verstaan, is dat na zo'n ingreep, kan een heel andere emotionele reactie ontstaan. De typische gevoelens zijn twijfel, angst, onzekerheid, emotionele kwetsbaarheid.
En patiënten gaan denken, heb ik wel de juiste beslissing genomen? En we beschrijven dat als de postoperatieve blues. En meestal is dat zo tussen dag drie en week twee na de operatie. En niet toevallig is dat ook de periode waarin de zwelling maximaal is, er nog wat blauwe plekken zichtbaar zijn en wij eigenlijk nog helemaal niet over het eindresultaat kunnen spreken.
Dat eindresultaat is op die moment helemaal nog niet zichtbaar. Inderdaad, en dat is belangrijk om te weten dat dat bestaat en dat dat ook jou als patiënt kan overkomen. Dat ook jij, dat het heel normaal is dat je die gevoelens ervaart. Na die fase, die postoperatieve dip, komt er een derde fase. En die derde fase wordt de adaptatie genoemd.
Wanneer het herstel vordert, wanneer de genezing op gang komt, de zwelling neemt af, het resultaat wordt stilaan zichtbaar, en als patiënt begin je te wennen aan jouw nieuwe uiterlijk, dan ga je over naar een fase van acceptatie, vaak - hopelijk - van tevredenheid en ook echt een impact op het zelfbeeld, een verbetering van het zelfbeeld.
Maar voordat dat komt, is het dus belangrijk om te weten dat je eerst door een dip gaat. Een interessant fenomeen dat vaak wordt beschreven dat ook bijdraagt aan die postoperatieve blues, aan die postoperatieve dip, dat noemen we de mirror shock. En dat is eigenlijk het gevoel of het tijdmoment dat mensen zich na zo'n ingreep voor het eerst terug in de spiegel bekijken voor het eerst de nieuwe ik zien.
En dat brengt toch wel bepaalde gevoelens naar boven. En in plaats van opluchting en euforie gaan ze dan soms verwarring voelen, gaan ze soms onzekerheid voelen, gaan ze een soort vervreemding voelen, omdat het gezicht dat ze zien, het lichaam dat ze zien, komt ineens niet meer overeen met hun intern zelfbeeld, hoe ze zichzelf al die jaren hebben gezien.
En het brein heeft gedurende vele jaren een soort visuele identiteit opgebouwd. Je brein weet hoe je eruit ziet en heeft daarom die identiteit opgebouwd. Maar als dat dan plots verandert, dan spreken we eigenlijk van een tijdelijke cognitieve mismatch. Je brein moet eigenlijk als het ware opnieuw gaan leren van 'dit ben ik nu'.
En dat proces van herkenning, dat kan tijd vragen. Ja, gek hè. En dat is toch iets wat nog te weinig gekend is en wat heel belangrijk is dat we dat bespreekbaar maken en dat de patiënt dat ook weet.
Nu, waarom ontstaat dat, zo'n postoperatieve blues? Dat heeft meestal, of daar zijn meerdere oorzaken voor beschreven tegelijkertijd.
Zijnde, enerzijds het lichaam staat onder stress. Een operatie veroorzaakt een ontstekingsreactie, veroorzaakt hormonale veranderingen, veroorzaakt ook vermoeidheid, want jouw lichaam is heel hard aan het werken om te genezen. En vaak zijn er ook slaapstoornissen. En daarbovenop is er dan nog, vaak een anesthesie, dus een algemene verdoving (je bent in slaap geweest) of zelfs een lokale verdoving, medicatie die je neemt en deze kunnen allemaal een invloed hebben op onze stemming.
Een andere oorzaak is dat het uiterlijk, dus hoe je eruit ziet, in de eerste week, twee weken na zo'n operatie, vaak eerst slechter is. Patiënten verwachten soms na zo'n operatie dat ze onmiddellijk aan het eindresultaat zijn, dat daar een onmiddellijke verbetering is. Maar in de eerste weken zijn we gewoon nog niet aan het eindresultaat.
Er is zwelling, er zijn blauwe plekken, er is soms nog wat asymmetrie, er zijn littekens. En dan lijkt het voor sommigen soms dat het tijdelijk slechter is dan voor de operatie. En dat kan soms schrikken zijn. Ja, en daar komt dan ook nog eens bij dat er psychologisch veranderingen zijn, een aanpassing is aan jouw nieuwe identiteit.
En dat is waarschijnlijk nog de meest interessante factor, want ons uiterlijk speelt een belangrijke rol in identiteit, ons zelfbeeld, hoe anderen ons herkennen. En als een operatie dat uiterlijk verandert, dan moeten onze hersenen zich aanpassen aan die nieuwe versie van onszelf. En dat proces, dat kost tijd.
Dus dat is eigenlijk die mirror-shock die Nicholas net beschreven heeft. Een ander factor is ook sociale onzekerheid. En de een is daar al wat gevoeliger voor dan de ander, maar er zijn toch heel veel patiënten die zich veel zorgen maken over de reacties van anderen. En die dan denken van, 'gaan mensen zien dat ik iets heb laten doen?'' Gaan ze mij nu anders bekijken?' 'Gaan ze mij nu anders behandelen?'
En zeker wanneer je bijvoorbeeld geopereerd bent aan het aangezicht, dan is dat toch wel een reële angst die speelt bij de mensen. Ja, en neem daar dan ook bij dat je kwetsbaar bent tijdens een herstelfase. Na een operatie zijn patiënten tijdelijk minder mobiel, meer afhankelijk van hulp van hun omgeving, ook tijdelijk minder sociaal actief. En dat kan gevoelens van isolatie alleen maar versterken, wat dan die dip, die blues, verder gaat in de hand werken.
Het spreekt voor zich dat de kans dat je dat krijgt niet voor elke ingreep even groot is. We zien bijvoorbeeld dat zo'n postoperatieve blues vooral voorkomt wanneer we een operatie uitvoeren aan het aangezicht, zoals een facelift of een neuscorrectie.
Of ter hoogte van de borsten, of het nu een vergroting of een verkleining is. Of bijvoorbeeld bij bodycontouring, waar we echt toch wel grote veranderingen aanbrengen aan de contouren van het lichaam. En dat zijn zaken die vaak heel hard in het zicht springen of die toch wel kunnen opvallen. Niet alleen voor de patiënt zelf, maar dus ook voor de omgeving. En daar komen eigenlijk al die vijf factoren die we net besproken hebben, komen daar toch wel aan bod. Absoluut.
Nu, wie heeft er meer risico op het ontwikkelen van zo'n postoperatieve blues? Want we hebben gezegd, sommige patiënten, maar niet elke patiënt, ervaart die fase van een dip. En factoren die de kans verhogen op zo'n dip, dat is bijvoorbeeld als je heel hoge verwachtingen hebt, als je perfectionistisch bent ingesteld Als je in het verleden al depressieve episodes hebt meegemaakt.
Als je geen sociaal vangnet hebt, als je weinig sociale ondersteuning hebt vanuit jouw omgeving, wanneer je er alleen voor staat. En we zien dat ook meer bij grote operaties met een lange herstelperiode. Wanneer de transformatie groter is, kan ook de dip groter zijn. Maar opnieuw, ook perfect stabiele patiënten met alle factoren in hun richting kunnen nog altijd een postoperatieve dip en blues ervaren.
Een goede voorbereiding is natuurlijk uitermate belangrijk. Veel van deze gevoelens worden versterkt wanneer patiënten niet verwachten dat het kan gebeuren, wanneer ze hier gewoon geen rekening mee houden. En als ze weten op voorhand dat er emotioneel ook van alles gaat gebeuren na zo'n ingreep, en dat er inderdaad een dip mogelijk kan zijn, dan kunnen ze daar een beetje op anticiperen en reageren ze vaak anders.
Ze begrijpen dan, oké dit is een fase van herstel, dit is geen teken dat de operatie slecht gegaan is, of dat het herstel niet loopt zoals het moet. Dus, voor ons, als behandelaar, als plastisch chirurg, is het dan belangrijk dat we tijdens het gesprek met de patiënt niet alleen het fysieke herstel bespreken, maar ook alles wat daar rond hoort, ook het emotionele herstel dat erbij komt kijken.
Ja, dus als wij zeggen, zie dat je goed omringd bent thuis, zorg voor steun thuis tijdens jouw herstel dat je er niet alleen voor staat, dat heeft een reden. En denk dan bijvoorbeeld aan iemand die je goed kent, waar je alles tegen kan vertellen, waar je ook echt eerlijk tegen kan zijn, maar dat je misschien dan op voorhand ook al even bespreekt dat dit eraan zit te komen.
Dat is zo belangrijk. Dus om nog even af te ronden, plastische chirurgie, het verandert niet alleen ons lichaam maar het verandert ook hoe iemand zichzelf ziet in de spiegel, ons zelfbeeld. En net zoals ons lichaam tijd nodig heeft om te genezen, heeft ook ons brein tijd nodig om te wennen aan dat nieuwe uiterlijk.
Zo'n postoperatieve blues is daarom niet noodzakelijk een probleem. Het is vaak gewoon een tijdelijke fase waarin iemand zich aanpast aan een nieuwe versie van zichzelf. En voor de meeste patiënten maakt die fase dan uiteindelijk plaats voor wat ze oorspronkelijk hoopten te bereiken, namelijk meer comfort, meer zelfvertrouwen en een uiterlijk dat beter past bij hoe ze zich voelen.
En dat is uiteindelijk ook ons streven. Absoluut. Maar gewaarschuwd en goed voorbereid zijn, zijn ook in deze setting zo belangrijk. Dank je wel voor het luisteren. Dank je wel om te luisteren. Tot de volgende keer. Daag!
