top of page

Podcast aflevering 96

Waarom de ene borst de andere niet is

Welkom bij Plastische Chirurgie Gesnapt, de podcast waarin we een realistische blik werpen op de wereld van plastische chirurgie. Wij zijn Nicholas Wilssens en Margot Den Hondt, beide erkend plastisch chirurg en zaakvoerder van PUUR kliniek in Rotselaar. En met deze podcast willen we plastische chirurgie begrijpelijk maken en dichter bij jou brengen.

Naast ons werk in PUUR kliniek is Nicholas ook actief in het Sint-Trudo Ziekenhuis in Sint-Truiden, terwijl Margot haar expertise inzet in het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk en Lanaken. We bespreken openhartig onze ervaringen, beantwoorden jouw vragen en delen inzichten over wat plastische chirurgie écht inhoudt.

Bezoek onze website www.plastischechirurgielimburg.be of puurkliniek.be voor meer informatie. Of volg ons op Instagram en Facebook via @art_in_surgery en @puurkliniek. Laten we samen de wereld van plastische chirurgie verkennen. 

Welkom terug. Vandaag gaan we het hebben over het verschil in borsten. En dan gaan we het niet zozeer hebben over waar we het in podcast 54 al over hadden, over de asymmetrie van de borsten.

 

Borsten zijn zussen, zijn geen tweelingen. Maar vandaag gaat het over iets helemaal anders. Namelijk het verschil in resultaat van een bepaalde ingreep. Ook al is die uitgevoerd door eenzelfde chirurg.

 

Ja, een borstverkleining, dat hoort bij de meest frequent uitgevoerde ingrepen in onze praktijk. En het is trouwens ook een van onze favoriete ingrepen.

 

Je hebt een heel krachtig en direct resultaat voor de patiënt, zowel functioneel een verlichting als esthetisch een duidelijke verbetering. Dus dat geeft eigenlijk de perfecte mix. Ja, en we doen ze dus heel vaak. We kennen elke stap, elke beweging is doordacht. En toch zijn er verschillende resultaten tussen patiënten die ogenschijnlijk exact dezelfde operatie hebben ondergaan.

 

Zelfde chirurg, zelfde team, zelfde techniek, zelfde operatiekamer, maar toch een ander eindresultaat. En vandaag leggen jou uit waarom dat dan niet alleen normaal is, maar eigenlijk ook onvermijdelijk.

 

Ja, het eerste waar we het graag over hebben is; chirurgie is routine en het is belangrijk dat daar een routine in zit. Maar het is zeker geen bandwerk. Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Maar elke chirurg ontwikkelt doorheen de jaren zijn of haar eigen manier van werken, zijn of haar eigen flow. Bijvoorbeeld in welke volgorde je opereert, bijvoorbeeld altijd starten rechts, dan links.

 

De manier waarop je weefsel vastneemt, respecteert, behandelt. De manier waarop je de spanning verdeelt tussen de weefsels. De manier waarop je sluit, dat je de hechtingen uitvoert. En dat kunnen soms heel subtiele verschillen zijn, maar ze zijn er altijd. En die kunnen allemaal een impact hebben op het resultaat. Ja, en zelfs binnen die vaste technieken of binnen dat vaste stramien moeten we als chirurg toch nog continu bijsturen, want elke patiënt die op onze operatietafel ligt, die is anders.

 

Dus elke ingreep is in feite maatwerk. Het idee dat twee patiënten dezelfde operatie krijgen, dat klopt dus eigenlijk niet. Je kunt het misschien een beetje vergelijken met koken. Als je een gerecht maakt, vertrek je wel altijd van hetzelfde recept, maar die ingrediënten zijn toch telkens anders, dat is niet hetzelfde stukje vlees, dat is niet dezelfde groente, niet even dik, niet even lang, en dan heb je ook altijd een iets ander resultaat. Dus dat is in de chirurgie niet anders.

 

En dat brengt ons ook ineens bij, ik denk misschien wel het belangrijkste punt van deze aflevering, de patiënt bepaalt eigenlijk voor een groot stuk het resultaat. Ja, en hoe komt dat? Een belangrijke daarbij is verschillen in anatomie. Geen twee lichamen zijn identiek, zelfs niet bij een tweeling. Dus het is niet omdat je dezelfde cupmaat hebt als een andere vrouw of dat je borsten hebt die van ver er gelijkaardig uitzien op het eerste zicht, dat jouw resultaat van de operatie ook hetzelfde gaat zijn.

 

En als we dan specifiek naar de borst kijken, dan zien we dat elke borst uniek is. Zelfs links versus rechts is er een verschil in samenstelling, in de hoeveelheid klierweefsel versus vetweefsel, in stevigheid - is het een heel dens, compacte borst versus een zachte borst - in mate van uitzakken - dat noemen we ptose, dus hoe ver de borst hangt en wat de positie van de tepel is, in breedte - de inplanting van de borst op de borstkas, is dat breed versus smal, gaan de borsten op de middenlijn quasi in elkaar over, een synmastie, of is er echt een duidelijke scheiding op het borstbeen tussen beide borsten? Lopen de borsten door tot in de oksel of stoppen ze aan de voorste okselplooi? In de mate van projectie of de mate dat de borst naar voren komt, in volume uiteraard - hoeveel klierweersel en vetweefsel er effectief aanwezig zijn. Dus een verschil in grootte, de positie van de tepel, ook in positie van de plooi, de inframammaire plooi, dat is daar waar de borst overgaat in de borstkas richting de buik.

 

Allemaal parameters die verschillen enerzijds tussen links en rechts en anderzijds tussen verschillende vrouwen. Ja, en dat zijn dan eigenlijk nog maar alleen de elementen, of de variaties binnen de anatomische eenheid borst. Maar alles wat daar rond zit, daar zitten ook heel grote verschillen in, of daar kunnen heel grote verschillen in zitten.

 

De vorm van de borstkas, de stand van de ribben, en de positie van de borst op de borstkas. Daar had Margot het er al eerder over. Is er een asymmetrie links versus rechts? En dat zijn wel dingen die je als chirurg kan behandelen. Of proberen verbeteren. Dat zijn geen dingen die je zomaar kan uitwissen. Dus je startpunt als chirurg is nooit neutraal.

 

Je start niet van een nieuw, wit canvas, zoals een schilder. Je start van een lichaam met al zijn specifieke eigenschappen. En daar voer je de ingreep op uit. Ja, en naast die verschillen in anatomie zijn er ook verschillen in kwaliteit van de weefsels. En dan bedoelen we zowel de huid als het weefsel, het borstklierweefsel of vetweefsel.

 

De huid is misschien wel een van de meest onderschatte factoren maar we zien, niet alleen ter hoogte van de borst, maar we zien enorme verschillen in elasticiteit of in rek van de huid, in dikte van de huid, in herstelvermogen van de huid, en dat heeft uiteraard rechtstreekse gevolgen voor hoe strak een borst blijft, hoe mooi dat de vorm zich zet, hoe dat de littekens genezen. En de chirurg kan een ingreep helemaal perfect hebben uitgevoerd, maar de huid bepaalt uiteindelijk hoe het eindresultaat er gaat uitzien. De huid is het omhulsel, de huid draagt de borstklier. En als de huid geen stevigheid heeft, en laks is, en geen rek heeft, dan gaat uiteraard ook het resultaat minder stevig zijn.

 

Ja, en onder de huid liggen er natuurlijk nog van alle andere weefsels. We denken dan bij een borst natuurlijk in eerste plaats aan klier en vet. Maar ook de spieren die daaronder liggen kunnen een rol spelen. En ja, als we zo borsten gaan bekijken, het ene klierweefsel is het andere niet. En het ene vetweefsel is het andere niet.

 

Dat kan allemaal verschillen in hoe compact, hoe stevig het is, hoe zacht, hoe soepel het is. Grosso modo zeggen we een beetje dat stevig klierweefsel wel beter de vorm zal houden die wij uiteindelijk aan een borst geven, maar tijdens ingreep is het bijvoorbeeld soms net moeilijker om dat type weefsel te manipuleren wanneer wij een borst na een verkleining terug in elkaar puzzelen. En dan kan het bijvoorbeeld soms zijn dat we iets meer volume moeten verwijderen bij zo'n heel klierrijke borst omdat we gewoon anders de puzzel niet kunnen leggen. Vetweefsel daarentegen is soepeler, is beter te manipuleren tijdens de ingreep, maar zal nadien minder stevig, zal wat losser zijn dan een borst waar veel klierweefsel in zit. Dus zelfs als je exact dezelfde vorm creëert tijdens de operatie, een borst met meer vet of een borst met meer klierweefsel zal zich anders gaan gedragen.

 

Ja, en dan naast de anatomie en naast de kwaliteit van de weefsels is er natuurlijk ook nog de factor herstel na de operatie en complicaties. Een vaak onderschat stuk, want een operatie is eigenlijk maar de helft van het verhaal.

 

Wat er daarna gebeurt, dat is natuurlijk minstens even belangrijk. Ja, en daar zien we toch wel grote verschillen in tussen patiënten. De ene volgt onze voorschriften veel beter op. De ene gaat een heel ander niveau van fysieke activiteit hebben. Het al dan niet goed dragen van de steun-BH, het al dan niet goed uitvoeren van de wondzorg.

 

Het maakt toch echt een groot verschil. Ja, en op dezelfde manier, zo belangrijk, roken, die maakt echt wel het verschil. Als je rookt, heb je gewoon veel meer risico op wondproblemen, op littekenproblemen, op vetnecrose. Dus niet te onderschatten. De algemene gezondheid van de patiënt, patiënten met bijvoorbeeld suikerziekte of andere belangrijke systemische lichamelijke aandoeningen, hebben uiteraard ook meer risico op een slechte genezing.

 

Dus die bepaalde keuzes in levensstijl leiden tot een andere kans op wondproblemen en complicaties. En dus ook een ander gedrag van de littekens, een genezing van de littekens, waardoor twee identieke operaties, maar twee totaal verschillende herstelfases na de operatie, ook een ander resultaat gaan geven.

 

Ja, en dat bestaat zelfs los van de complicaties. Dus het is niet omdat er geen complicaties zijn, dat het herstel perfect hetzelfde bij iedereen gebeurt. Complicaties op zich zijn natuurlijk ook wel het vermelden waard, want niet alleen gaan ze het hele helingsproces verlengen, ze hebben uiteindelijk ook een heel duidelijke impact op het eindresultaat. Zelfs bij een perfect uitgevoerde operatie kunnen die complicaties optreden. Denk maar aan kleine wondopeningen, of wat vertraagde heling, of een asymmetrisch herstel omdat je natuurlijk één kant meer gebruikt dan de andere, omdat je op één kant meer ligt dan de andere of wat dan ook.

 

Het kan dan gaan over littekenproblemen, littekens die opspelen. Het kan gaan over infectie en al die zaken, uiteindelijk heeft dat een weerslag op hoe de borst er gaat uitzien en hoe de borst zich gaat gedragen in de maanden jaren na een ingreep. En dat is niet altijd te vermijden. Het lichaam is geen machine, het is en blijft biologie en dat is nu eenmaal iets variabels, ook al is die ingreep perfect gedaan, complicaties kunnen nu eenmaal bij een ingreep horen.

 

Ja, dus samengevat, ook als zorgt de chirurg met de meeste aandacht en zorgvuldigheid voor de best mogelijke uitvoering, het eindresultaat gaat nog altijd een samenspel zijn van anatomie, huidkwaliteit, weefseleigenschappen, van de vorm van de borst, van het herstel na de operatie.

 

Dus een mix van factoren waar je een invloed op hebt en waar je geen invloed op hebt. De ene borst is letterlijk niet de andere borst. En dat is helemaal geen probleem, dat is realiteit. En dat is ook iets moois, een zekere asymmetrie is iets moois. Laten we dat niet vergeten. Dat is natuurlijk ook wat onze job zo boeiend maakt.

 

Elke patiënt is toch nog anders. En zelfs na vele jaren en vele ingrepen kunnen er nog verrassingen zijn. En kunnen er nog zaken zijn die het toch weer anders maken dan al die andere keren daarvoor. Ja, dat houdt het boeiend. Perfectie in onze job, perfectie in plastische chirurgie, zit niet direct in identieke resultaten creëren, maar wel in het beste resultaat voor deze specifieke patiënt creëren met deze specifieke anatomie, deze specifieke herstelfase, om daar het best mogelijke resultaat voor te creëren. Dat is eigenlijk wat ons doel is als plastisch chirurg.

 

Absoluut. En dat is meteen een mooie om af te sluiten. Dankjewel voor het luisteren. Dankjewel en tot de volgende keer. Daag!

bottom of page