
Podcast aflevering 97
Waarom de ene borst de andere niet is
Welkom bij Plastische Chirurgie Gesnapt, de podcast waarin we een realistische blik werpen op de wereld van plastische chirurgie. Wij zijn Nicholas Wilssens en Margot Den Hondt, beide erkend plastisch chirurg en zaakvoerder van PUUR kliniek in Rotselaar. En met deze podcast willen we plastische chirurgie begrijpelijk maken en dichter bij jou brengen.
Naast ons werk in PUUR kliniek is Nicholas ook actief in het Sint-Trudo Ziekenhuis in Sint-Truiden, terwijl Margot haar expertise inzet in het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk en Lanaken. We bespreken openhartig onze ervaringen, beantwoorden jouw vragen en delen inzichten over wat plastische chirurgie écht inhoudt.
Bezoek onze website www.plastischechirurgielimburg.be of puurkliniek.be voor meer informatie. Of volg ons op Instagram en Facebook via @art_in_surgery en @puurkliniek. Laten we samen de wereld van plastische chirurgie verkennen.
Veel mensen denken dat je als arts, als plastisch chirurg, dat je na jouw opleiding klaar bent. Diploma op zak en dan eigenlijk gewoon blijven doen wat je geleerd hebt tijdens jouw opleiding. Maar in realiteit begint het dan pas. Geneeskunde, en zeker plastische chirurgie, dat is een vak waar je elke dag opnieuw voor moet blijven leren, moet bijleren.
Ja, hoewel die opleiding eigenlijk al behoorlijk lang is, dus het start altijd met zeven jaar geneeskunde. Ondertussen is dat zes geworden. En daarna volgen dan de specialisatiejaren. Voor plastische chirurgie zijn dat er meestal zes, waarvan de eerste twee jaar algemene heelkunde en de laatste vier jaar dan echt puur plastische chirurgie. En daar zit bijvoorbeeld al een verschil met de esthetisch artsen. Daar is eigenlijk geen officiële training voor. Dat wil zeggen: na die zeven jaar geneeskunde zonder een andere vorm van specialisatie kan je jezelf eigenlijk al esthetisch arts noemen. Dus dat is geen beschermde titel. Om die beschermde titel van plastisch chirurg te krijgen, daarvoor heb je al die jaren opleiding nodig.
En zelfs dan zien we dat na de opleiding vaak nog een fellowship volgt. Mensen die toch vinden dat ze na al die jaren bepaalde zaken onvoldoende onder de knie hebben, of niet genoeg gezien hebben tijdens de opleiding, en dan heel specifiek overal ter wereld kunnen gaan kijken of gaan leren over een bepaalde ingreep of een bepaald type pathologie.
Ja, wie dat dat graag eens meer in detail hoort, helemaal in het begin van onze reeks, in aflevering vijf, doen we dat helemaal uit de doeken, wat dat dat nu juist inhoudt, een opleiding tot plastisch chirurg, tot esthetisch arts. Wat is een assistent? Wat is een erkend plastisch chirurg, enzovoort. Dat kan je daar vinden.
Ja, en dan nog, hè. Zelfs na al die jaren en zelfs na fellowships en zelfs na extra training, dan nog heb je soms niet gezien wat je echt wou leren, of toch te weinig. Plus eenmaal je zelf bezig bent, eenmaal dat je die ervaring begint op te bouwen, dat je carrière echt gestart is, dan leer je soms ook heel anders naar dingen te kijken. Dingen die je vroeger op een bepaalde manier had geleerd. En eens dat je daar zelf de verantwoordelijkheid voor draagt, kijk je daar helemaal anders naar. En je stelt alles veel meer in vraag. Wanneer die verantwoordelijkheid voor die persoon, voor het resultaat van die operatie, wanneer dat jij daar de verantwoordelijke voor bent.
Je gaat echt heel kritisch naar alles kijken: type hechtingsdraad, type prothese, tot een bepaalde incisie of een lengte van een incisie. Of waar dat je die incisie plaatst of in welke vlakken je gaat disseceren, welke vlakken je chirurgisch gaat losmaken of niet. En dan denk je als chirurg toch heel vaak van: hmm, dat heb ik precies niet helemaal gezien. Of: goh, kon ik nog maar eens teruggaan naar de operatietafel als assistent.
Ja, en daar komt dan ook nog eens bij dat wetenschappelijk onderzoek niet stopt. Dat is een voortschrijdend inzicht. Publicaties stoppen niet. De ontwikkeling van technieken, van apparaten zoals bijvoorbeeld lasers. Van de devices zoals de implantaten of producten zoals skin boosters, fillers. Het stopt niet, en je dient echt continu op de hoogte te zijn. Wat is veilig? Waar is al wetenschap voor? Welke techniek is populair maar is alles nog niet van geweten omdat de techniek nog te jong is?
Daar dien je ook kritisch naar te kijken. Allemaal belangrijke zaken. Ja, en dan specifiek voor ons vak, plastische chirurgie, en zeker het esthetische luik, de trends veranderen ook constant in de esthetische geneeskunde. En hoewel je daar als arts ook niet, absoluut niet altijd aan wil meedoen, je moet wel altijd goed weten wat er leeft, wat er beschikbaar is om patiënten goed te kunnen informeren.
Want je krijgt de vraag sowieso op een dag op je bord. En dan moet je natuurlijk wel een goed antwoord kunnen geven aan jouw patiënt. En als blijkt dat die nieuwe techniek of dat nieuwe device of dat nieuwe apparaat toch waardevol blijkt, ja, dan wil je ze natuurlijk ook zo snel mogelijk in jouw eigen praktijk toepassen als je daar echt mensen mee kan helpen. Dus als je niet actief bijleert, ja, dan loop je eigenlijk gewoon achter. Stilstaan is achteruitgaan, zeggen ze altijd.
Ja, en veel meer dan vroeger dien je ook alles goed te kunnen verklaren wat je doet, waarom dat je iets doet. De tijd dat de wil van meneer dokter, dat dat wet was, dat is gelukkig voorbij. Mensen hebben meer dan gewoon inspraak in hun behandeling. Maar dan moeten ze wel alle juiste, alle correcte informatie aangereikt krijgen. Want wij blijven als professional natuurlijk wel nog steeds verantwoordelijk om aan te geven wat er kan en wat er niet kan en welke resultaten in specifieke situaties te verwachten zijn. Wat realistisch is, maar ook wat niet realistisch of niet veilig is.
Maar dat brengt ons dus bij het onderwerp van vandaag. Hoe blijven we nu van alles op de hoogte? Ja, we hebben het daarjuist al gezegd: de wetenschappelijke literatuur. Een belangrijk woord: evidence based medicine. Klinkt heel mooi, maar in de praktijk, zeker voor plastische chirurgie, is dat complex. Omdat er natuurlijk in een esthetische setting niet op dezelfde manier aan onderzoek kan gedaan worden dan in een medische setting.
Het houdt in dat wij op de hoogte blijven van de literatuur door studies te lezen en ze dan ook kritisch te interpreteren. Is er bias? Is er sprake van bias? De ene studie is nu eenmaal de andere niet, de kwaliteit. En niet alles wat gepubliceerd is, is automatisch goed en juist. Dus steeds een kritische geest behouden. We dienen alles te dubbelchecken, altijd meerdere publicaties met elkaar te vergelijken. Toetsen ook aan jouw eigen ervaring.
Ja, dus het is dus niet zo wanneer dat er een studie uitkomt dat dat plots de nieuwe waarheid is, en heel de medische wereld volgt die. Nee, soms, zelfs heel vaak, spreken studies elkaar tegen of leggen ze toch een andere nadruk. En het is als arts dan, ja, enerzijds het moeilijke, maar anderzijds de kunst om dat allemaal kritisch te interpreteren. Om dat allemaal, ja, toch te analyseren. Wat is hier nu waardevol uit, uit die studie, en wat klopt er en wat kan ik dan ook implementeren op een veilige manier in mijn eigen praktijk?
En vaak doen we dat door op vaste momenten nog eens alle meest gangbare tijdschriften online dan even te gaan screenen: zijn er bepaalde zaken die nieuw zijn. En daar is natuurlijk ook de wetenschappelijke literatuur voor heel specifieke vraagstukken, dat we daar de literatuur induiken. Bijvoorbeeld een zeldzaam ziekteverschijnsel dat we zien op de consultatie of een of andere heel zeldzame complicatie waar je niet direct aan uit kan: wat gebeurt er hier, of wat je ziet dat je dat niet helemaal kan verklaren.
Of een ingreep, een standaard ingreep die je op een of andere manier of om een of andere reden niet kan uitvoeren, omdat de patiënt een bepaalde allergie heeft of weet ik veel wat. En dat je dan eigenlijk naar alternatieven moet zoeken die helemaal niet zo standaard zijn.
En dan, ja, dan is het wel waardevol om eens te kijken: is er ooit al ergens ter wereld dat beschreven? Heeft iemand dat ooit ook al meegemaakt? En welke keuzes zijn er toen gemaakt geweest en wat was de outcome? En kan ik daarop verder? Of wil ik net niet die weg opgaan? Dus wetenschappelijke literatuur is wel nog altijd, ja, de basis van hoe wij ons bijscholen.
Ja, en daarnaast zijn er natuurlijk de congressen, de workshops in binnen- en buitenland. Een van de belangrijkste manieren om bij te blijven is door naar een congres te gaan. Bijvoorbeeld chirurgen die hun resultaten tonen, die evenzeer praten over complicaties, over risico's, over wat wel en niet kan. Vaak is dat ook met een factor van live operaties of video's die besproken worden, die dan gefilmd worden en getoond worden aan het publiek, zodat je echt kan inpikken, vragen kan stellen en zo dicht mogelijk bij de realiteit staat van wat dat het inhoudt.
Wat dat ook een hele interessante is op congressen, is discussies die tussen grote namen, tussen topchirurgen gevoerd worden. Of hoe doet de ene persoon het? Hoe doet de andere het? Waar lopen zij tegenaan? Het zijn zeer waardevolle momenten om uit te leren.
Een belangrijke nuance is natuurlijk, niet alles wat dat je ziet op een congres is automatisch goed of beter. Dus ook daar is het heel belangrijk om kritisch te blijven. Is het reproduceerbaar? Is het wetenschappelijk onderbouwd? Past dit ook bij mijn eigen patiëntenpopulatie? Ja, en die congressen die vinden natuurlijk plaats, zowel in ons eigen land als ook in het buitenland. En beiden hebben een waarde.
Beiden hebben een sterktes. Bij de buitenlandse congressen gaan we dan, ja, merken we toch vaak andere filosofieën, andere technieken dan wat ons aangeleerd is. En vaak zijn die ook innovatiever, omdat we in België toch vaak aan heel strenge regels onderworpen zijn die soms in andere landen niet van toepassing zijn, waar er sneller nieuwe technieken, nieuwe materialen, nieuwe apparaten kunnen ingevoerd worden en dus ook sneller getest kunnen worden. De sterkte van een lokaal congres, dus een Belgisch congres, is dan weer dat wat er gezegd wordt vaak meer toepasbaar is op je eigen praktijk, op je eigen patiënt.
Omdat je natuurlijk een gelijkaardige populatie hebt. En het is ook hetzelfde zorgsysteem, dus ook dat speelt dan wel soms een factor of een rol als je gaat evalueren: kan dit voor mij werken ja of nee?
En naast die grote congressen zijn er dan de cursussen en de hands-on trainingen. Je kan geen nieuwe techniek leren door er alleen naar te kijken. Want dan ga je ook pas beseffen in wat voor een bevoorrechte positie dat je je bevindt als je nog arts-specialist in opleiding bent. Gekend als assistent, voornamelijk, als assistent sta je mee steriel aan tafel. Ga je mee werken. Ga je constant vragen kunnen stellen. Waarom wordt iets op een bepaalde manier gedaan? Hoe werkt het juist? Waarom niet op een andere manier? En dat verdwijnt allemaal als je, als je eenmaal bezig bent met je eigen carrière. En dat is natuurlijk spijtig, want die oefenmomenten, die dien je op een heel andere manier in te bouwen dan tijdens het assistentschap. Dan denken we bijvoorbeeld aan dissectiecursussen waarbij we werken op lijken.
Dat is vaak een eerste goede stap. Ook die live workshops, gaan meekijken bij een collega-chirurg of, of in een kleine groep samen een live chirurgie bijwonen. Kijken hoe collega's het doen. Kunnen overleggen tijdens de ingreep. Dat geeft allemaal heel waardevolle informatie.
Ja, en wat ook heel waardevol is, want Margot heeft het net gezegd, je hebt als assistent een bevoorrechte positie. Je kan echt van op de eerste rij meevolgen. Maar ook als afgestudeerd arts is het werken met assistenten, dus eigenlijk de omgekeerde richting, is ook heel waardevol. Ze zijn helemaal geen last. Ze zijn, als je het goed bekijkt, ze zijn echt een zegen. En patiënten gaan vaak, ja, neerkijken als ze gezien worden door een assistent of als een assistent meehelpt
Soms wordt er zelfs echt geëist dat zij niet aan een operatie deelnemen. Een beetje de filosofie van: ja, ze mogen oefenen of ze moeten oefenen, maar liever niet bij mij. En wat die patiënten dan eigenlijk niet beseffen is dat die assistenten ook jou als chirurg of als arts net naar een hoger niveau tillen.
Ze stellen vragen over zaken waar jij al lang niet meer bij stilstaat. Die jij als normaal of als standaard beschouwt. Terwijl dat niet slecht is om daar af en toe eens kritisch naar te kijken. Ze dwingen jou ook om bepaalde keuzes die je maakt te verantwoorden. Iets dat voor jou logisch lijkt, is dat misschien niet voor iemand anders.
Ze brengen ook vaak recente theoretische kennis mee vanuit de universiteiten waar ze worden opgeleid. En soms begin je dan ook als arts te denken van: ja, waarom doe ik dit eigenlijk zo? En dat is dus exact de vraag die je als arts, als chirurg ook scherp houdt. En uiteraard, je bent als arts, als chirurg nog altijd verantwoordelijk voor je patiënt en voor het eindresultaat. Dus je leert ook heel snel welke taken je aan een assistent kan toevertrouwen, welke niet. Dus dat resultaat is nog altijd jouw resultaat. Maar het werken met assistenten houdt je wel scherp. Absoluut.
En nog een, een hele goeie om bij te leren, dat is het overleg tussen collega's. Zowel binnen hetzelfde vakgebied, plastisch chirurgen onder elkaar, als buiten onze eigen specialisatie. Er wordt wel eens gezegd: de beste chirurgen die werken niet alleen. En het feit dat je moeilijke casussen kan bespreken met een collega, dat je een second opinion kan vragen of eens een nieuw licht op een probleem kan laten schijnen, dat heeft een enorme meerwaarde.
Ook een hele belangrijke is dat je in een veilige omgeving bent als arts om jouw complicaties te kunnen delen met collega's. Want je leert vaak meer van dingen die mislopen dan van resultaten die goed lukken, al dan niet intentioneel, al dan niet toevallig. Maar dat vraagt natuurlijk een open mindset. En niet elke arts durft fouten of twijfels te delen. En dat is natuurlijk heel fijn, want, daarin zijn wij natuurlijk heel blij dat we elkaar hebben om gewoon ongefilterd alles aan elkaar te kunnen vragen en tegen elkaar te kunnen zeggen en samen na te denken.
En zoiets, een veilige persoon hebben om daar mee over te kunnen praten, dat is van onschatbare waarde om complicaties te voorkomen, beter te kunnen inschatten en gewoon om heel veel te leren. Omdat je ook elkaars complicaties leert kennen en dat hele traject en dat denkproces mee kan doorlopen.
Ja, want als er zoiets gebeurt bij een van onze patiënten, mensen onderschatten soms wat voor een impact dat dat ook heeft op de arts, op de zorgverlener. En uiteraard, zeker als, we hebben natuurlijk dezelfde achtergrond, dezelfde job, dus uiteraard brengen we dat mee naar huis en praten we daarover en overleggen we daarover.
Dus we kennen elkaars zorgen, elkaars patiënten waar het minder goed mee gaat. Ja, we kennen dat verhaal. We weten, we hebben alles samen geanalyseerd van: hoe had ik iets anders moeten doen? Had ik dit moeten doen? Hoe komt het? Welk onderzoek kan ik nog doen? Dus ja, is gewoon zo waardevol om te leren. We leren eigenlijk met twee van één complicatie en dat is ongelooflijk waardevol.
Verder is ook voor ons het overleg tussen verschillende disciplines heel belangrijk. Dus een arts, zeker in deze huidige setting, werkt nooit individueel. Voor ons als plastisch chirurg is dat bijvoorbeeld heel vaak in samenwerking met dermatologie, met oncologie, voor huidtumoren, voor borsttumoren, met de gynaecologen. Opnieuw, vooral voor borstpathologie dan. Met de oogartsen wanneer het gaat om chirurgie aan de oogleden, aan de wenkbrauwen. Dat zijn allemaal heel, heel belangrijke samenwerkingen. En het is ook echt van belang dat niet iedereen op zijn eilandje blijft zitten. Want door samen te werken wordt je eigen blik alleen maar breder en de beslissingen die je maakt worden veel beter onderbouwd.
Ja, en naast dat praten met andere mensen is het ook heel belangrijk dat je als chirurg jouw eigen resultaten analyseert. Dat je daar echt over nadenkt. Misschien nog wel het belangrijkste dat je jouw eigen voor- en na foto's kritisch bekijkt. Dat je patiënten op de lange termijn opvolgt en ook daar kijkt hoe dat resultaat evolueert. En dat je op die manier patronen leert herkennen en dat je zo je sterktes en je zwaktes leert kennen. Dan kan je daarmee aan de slag om je werk ook verder te perfectioneren.
Ja, hoe gaan wij hier nu mee om? Met alles wat we jou nu verteld hebben. Er is altijd een balans tussen innovatie, vernieuwing en veiligheid. Niet elke nieuwe techniek is een verbetering. Er zijn bepaalde valkuilen voor ons als chirurg.
Je kan zeggen van: ja, die ingreep, ik doe die goed. Ik ga die niet veranderen. Dus ik ga heel conservatief zijn. Ik ga niks veranderen. Dat betekent ook dat je niet gaat evolueren. Aan de andere kant kan je zeggen van: oh ja, er is iets nieuw op de markt, ik ga dat doen, zonder heel goed na te denken of heel goed te checken van, klopt dat allemaal wel?
En dan, ja, die valkuil is dat je te innovatief wordt. En dan neem je eigenlijk risico's die soms wel onnodig zijn. Dat is ook niet de bedoeling. Het moet allemaal wel nog veilig gebeuren. Dus de kunst is een beetje om als er zo nieuwe zaken op de markt komen of nieuwe technieken zijn, om dat gefaseerd te gaan integreren.
En daarmee bedoel ik, je gaat altijd eerst observeren. Dus wat ziet er interessant uit? En dan een beetje opzoeken van wat de wetenschappelijke evidentie is. Eventueel wat congressen uitpikken waarvan dat je weet dat er sprekers komen die in dat specifieke topic meer ervaring hebben. En als het dan je kritische blik overleefd heeft, dan ga je proberen om daar hands-on training te krijgen. Dus een cursus of ergens op bezoek gaan bij een chirurg om echt heel specifiek daarover te gaan bijleren. En dan is de volgende stap om het natuurlijk te gaan toepassen. En in de eerste fase is het altijd heel selectief, dus op patiënten waarbij de indicatie heel duidelijk is, heel straightforward is, of waarbij de kans op complicaties heel laag is. Of bijvoorbeeld een bepaalde snijtechniek oefenen of toepassen in een stuk weefsel dat je nadien toch verwijdert.
Bijvoorbeeld bij een buikwandcorrectie, of een dissectie voor de eerste keer toepassen op een patiënt die al een verlamming heeft, dus dat je geen zenuwen kan beschadigen. En dan de volgende stap is dat gaan evalueren en gaan bijsturen.
En hier merk je zelf ook wat dat ervaring doet. De rol van ervaring en van nederigheid. Hoe langer je werkt, hoe meer je beseft wat je niet weet, en je wordt voorzichtiger, en indicaties worden strikter en resultaten worden stilaan consistenter. En echte expertise zit niet in trucjes toepassen, maar in het juist leren beoordelen, inschatten van een situatie en ook regelmatig 'nee' zeggen. Heel klassiek, maar het moeilijkste aan ons vak is niet altijd het uitvoeren van een bepaalde operatie, maar het moeilijkste deel is vaak het oordelen met welke techniek dat je bij een specifieke patiënt die voor je zit het beste resultaat kan bekomen, maar evenzeer wie dat je beter niet opereert.
Ja, absoluut waar, hè. Nu, bijblijven als arts is natuurlijk, het is geen verplichting, hè, maar het is natuurlijk wel een mindset, en nieuwsgierigheid, twijfel, kritisch denken, dat is uiteindelijk wat een goeie arts gaat onderscheiden van een middelmatige.
En alleszins voor ons, is het belangrijkste: je moet bereid zijn om je eigen manier van werken in vraag te kunnen stellen. En zelfs al heb je die operatie 1.000 keer uitgevoerd, je moet durven denken van: doe ik het nog altijd goed? En kan het op bepaalde manieren nog beter worden? Een nog beter resultaat afleveren voor de patiënt? Ja, en op dezelfde manier als patiënt: durf aan jouw arts dus ook de vragen te stellen die dat jou bezighouden.
Want jouw chirurg heeft misschien niet meteen een antwoord klaar, wat dat ook geen schande is. Maar zolang dat hij of zij jouw vraag maar serieus neemt en eventueel wat opzoekingswerk ervoor doet, zodat je een gefundeerd antwoord krijgt. Dat is zo belangrijk. Ja, en wie weet heeft jouw chirurg op die manier door jou wel iets bijgeleerd. Want dat doen we elke dag opnieuw. Zo is het.
Dank je wel voor het luisteren. Dank je wel om ons up to date te houden. Tot de volgende keer. Daag!
